|





| |
Zuidewijk Spick te
Boukoul

Een versterkt
huis met een grote graanzolder erop, wordt meestal een spijker of, in het Limburgs,
spieker genoemd. Het woord spieker schijnt ontleend te zijn aan het Romeinse woord
spicarium, dat graanopslagplaats betekent. Een spieker werd soms ook voorzien van een
zogenaamde herenkamer, die bestemd was voor de heer van het goed, als hij wel eens op zijn
bezit wilde verblijven. Soms groeiden dit soort gebouwen uit tot grotere huizen, zelfs tot
buitens.
Rond 1460 werd de oorspronkelijke spieker gebouwd door Hendrik van de Griende. In later
tijden krijgt het huis steeds andere eigenaren, die in Limburg bekende namen dragen, zoals
Merwijck en Dursdael. In 1725 wordt een Suytwijk, baron Hagestein, eigenaar van het huis.
Omstreeks 1920 wordt het huis opnieuw verkocht en later nogmaals aan de huidige eigenaar,
die jaren bezig is geweest met een zorgvuldige restauratie.
Het
huidige hoofdgebouw met aangebouwd kapelletje, stamt uit de zeventiende eeuw en is
inmiddels geheel gerestaureerd. De bijgebouwen, die wellicht nog wat ouder zullen zijn,
vertonen inderdaad kenmerken uit de zestiende eeuw. Het tegenwoordige poortgebouw heeft
weer een spitsje gekregen, maar de spitsjes, die destijds het hoofdgebouw sierden zijn
helaas bij de restauratie niet meer aangebracht. Het geheel ligt rond een omsloten hof.
De
boerderij ligt bezijden de weg, die van kasteel Hillenraad in Swalmen naar het zuiden via
Boukoul, in de richting van Asenray leidt.
|